Het schouderblad vormt de overgang tussen je schouder en je wervelkolom. Belangrijke functie is het centreren van de schouderkop en het verdelen van de krachten tijdens dagelijkse activiteiten. De aansturing van je schouderblad gebeurt door de omliggende spieren, de zogenoemde ‘rotator cuff-spiergroep’. Deze spieren zijn medeverantwoordelijk voor de stabiliteit en beweeglijkheid van je schouder.
De rotator cuff-spiergroep is een verzamelnaam voor de vier belangrijkste spieren (musculus infraspinatus, m. supraspinatus, m. subscapularis en m. teres minor) in en rondom je schouderblad. De gezamenlijke functie als stabilisator van het schouderblad wordt goed zichtbaar gedurende bewegingen met je schouder of arm.
Een mogelijke spierzwakte of degeneratieve veranderingen van deze spiergroep kan in veel gevallen leiden tot (aanhoudende) schouderklachten.
Een van de aandoeningen verwant met de rotator cuff, is ‘scapulaire dyskinesie’. Dit betekent een abnormaal beweegpatroon (dyskinesie) van je schouderblad (scapula). Voornaamste kenmerken hierbij zijn een veranderd beweegritme van je schouderblad en mogelijk een naar buiten uitstekend schouderblad, in medische termen aangeduid als winging van het schouderblad.
Het spreekt voor zich dat bij (langdurige) klachten rondom van je nek en/of bovenrug, schouder en arm er tijdens het lichamelijk onderzoek ook aandacht dient te zijn voor het testen van de rotator cuff-spieren en het functioneren van deze spiergroep. Hetzelfde geldt bij het opstellen van een behandelplan.
Ook hierbij is een prominente rol weggelegd voor het in balans brengen van de rotator cuff spieren en daarmee het herstellen of waarborgen van schouderstabiliteit.
Als behandeling wordt het vaakst gebruikgemaakt van oefentherapie. Dit richt zich zowel op spierkracht als op bewegingsvrijheid. Daarnaast kunnen ook andere fysiotherapeutische behandelvormen een rol spelen binnen het revalidatieproces. Denk hierbij aan houdingsadviezen, mobiliserende technieken, dry needling, triggerpointtherapie en medical taping.

